Mélissa Russo werd geboren op 11 september 1987 in de streek van Luik. Zij en Julie Lejeune waren onafscheidelijke vriendinnen in Grâce-Hollogne.
Op zaterdag 24 juni 1995 speelden de twee meisjes in de tuin bij Mélissa thuis. Ze hadden net een dansje ingeoefend voor school en vroegen rond 17 uur toestemming om vanaf een naburige brug over de snelweg naar voorbijrijdende auto's te zwaaien. Ze moesten om 17.30 uur terug zijn. Ze kwamen niet meer thuis.
Mélissa en Julie werden ontvoerd door Marc Dutroux en gevangen gehouden in een verborgen ruimte in zijn woning in Marcinelle. Terwijl Dutroux een gevangenisstraf uitzat voor een niet-gerelateerd diefstalfeit, kreeg zijn vrouw Michelle Martin de opdracht de meisjes te eten te geven; ze deed dit slechts éenmaal. Toen Dutroux op 20 maart 1996 vrijkwam, waren de meisjes ernstig verzwakt maar nog in leven. Ze overleefden dit niet lang.
Op 17 augustus 1996 werden hun lichamen gevonden nabij Sars-la-Buissière.
Nagedachtenis
Mélissa's moeder, Carine Russo, werd nadien politiek actief voor Ecolo en zetelde vanaf 2007 in de Belgische Senaat. In 2016, twintig jaar na de vondst van Mélissa's lichaam, publiceerde ze 'Quatorze mois' ('Veertien maanden'): brieven die ze aan haar dochter schreef tijdens de veertien maanden dat ze vermist was.