Op 20 oktober 1996 trokken naar schatting 300.000 mensen — ongeveer drie procent van de Belgische bevolking — in stilte door de straten van Brussel. Het werd de grootste burgerbetoging in de Belgische geschiedenis.
Aanleiding
De mars was een reactie op het gevoel dat politie en gerecht ernstige fouten hadden gemaakt in het onderzoek naar de verdwijningen, en dat kansen om de slachtoffers eerder te redden gemist waren. De ontsnapping van Dutroux tijdens een overbrenging in april 1998 zou dat wantrouwen later nog verscherpen.
Verloop en symboliek
Deelnemers droegen wit als symbool van hoop en onschuld en trokken richting het federale parlement. Brandweerlui bespoten er symbolisch de gevel van het parlementsgebouw, als teken dat de instellingen 'gezuiverd' moesten worden. Na de mars ontstonden overal in het land 'witte comités' die bleven aandringen op hervormingen.
Gevolgen
De Witte Mars wordt beschouwd als een keerpunt dat mee de aanzet gaf tot een reeks hervormingen van politie en gerecht in België. Meer daarover op de pagina 'De politieke impact'.